Een onderwerp waar ik weinig over nadenk, dus veel te leren. Wat Amerika-centrisch (wat de auteur ook aangeeft), met veel focus (terecht) op de patronen van uitbuiting in de kledingindustrie. Knap hoe leesbaar het blijft.
Na “the Terraformers” had ik hoge verwachtingen. De basis is er, het is fijn geschreven, de karakters (alle hoofdpersonen zijn robots) komen tot leven, maar het verhaal eindigt als het net een beetje op gang is.
Een liefdesverhaal waarin een mens en een vormeloze blob die mensen eet om vorm te krijgen, eitjes legt als een parasiet in levende wezens een relatie willen aangaan. Met een kwaadaardige (schoon)familie en een paar monsterjagers is het feest compleet. Verrassend aandoenlijk.
Moordmysterie, politiek intrige, een dreigende natuurramp. Aanrader.
Gemakkelijk lezend, informatief maar wat korter en beperkter dan ik had gedacht.
Zoals alleen de Britten kunnen, na de ontdekking van tijdreizen wordt een ministerie opgericht en ambtenaren belast met het integreren en monitoren van tijdreizigers die uit het verleden zijn gehaald. De hoofdpersoon is zo’n ambtenaar, die een poolreiziger die eigenlijk ergens in het poolijs zou sterven moet begeleiden. De cultuurshock en langzame integratie tussen beide is hoofdmoot van het verhaal, maar ondertussen gebeurt er meer.
Moeilijk te omschrijven. Op het eerste oog vrij standaard aristocratische fantasy met technologie ergens rond 1800, maar dan met luchtschepen en mysterieuze antizwaartekrachtapparaten. Naarmate het verhaal vordert zit alles toch wat anders in elkaar. Hoe weet ik nog niet helemaal.
Mysterie met een spookhuis in een slaperig mijnbouwdorpje in de V.S. Leest fijn, maar verwacht geen briljant boek.